Barthélémy Toguo et Duncan Wylie

Date
07/09/2018 – 20/10/2018

Lieu
Hangar H18
PLACE DU CHATELAIN 18
1050

Catégorie
Expositions


Le choix qui a été fait de réunir Barthélémy Toguo et Duncan Wylie dans l’unité d’une même exposition tient notamment au fait qu’ils sont nés et ont été élevés tous deux en Afrique puis qu’ils se sont installés en France pour parfaire leur formation et gagner leur reconnaissance.

Si l’un est originaire du Cameroun, développe une œuvre polymorphe qui emprunte tant au dessin et à la photographie qu’à la vidéo et à la performance, partageant sa vie entre Bandjoun et Paris, l’autre, d’origine anglo-saxonne, né au Zimbabwe, est pleinement peintre et dessinateur et vit entre Londres et Paris. Par-delà les différences qui sont les leurs, ce qui les rassemble est le regard qu’il porte sur le monde. Non point dans une même dynamique de création mais dans une même posture de réflexion humaniste.

Tandis que Barthélémy Toguo, dont le parcours atteste une forme permanente de nomadisme, est toujours prompt à se rendre in situ, pour éprouver les pulsations du monde et y répliquer dans toutes sortes de formes d’interventions, Duncan Wylie ne cesse d’être, quant à lui, à son écoute et, par le truchement des vecteurs médiatiques, d’en ausculter les soubresauts pour les porter à la dimension du symbole. Quelque chose chez eux relève d’une semblable volonté de dire le monde, de nous interpeller sur la condition humaine – façon Malraux – et de dessiller nos yeux pour ne pas se laisser piéger par l’autorité de l’apparence.

Artistes de leur temps, dans leur temps, Barthélémy Toguo et Duncan Wylie n’en sont pas moins – pour reprendre la formule picassienne – des « êtres politiques » et leurs œuvres, qu’elles soient figuratives ou conceptuelles, narratives, littérales ou symboliques, composent comme un grand livre d’heures sur le monde.


Barthélémy Toguo en Duncan Wylie leken ons diezelfde status te delen. De keuze om hen binnen eenzelfde tentoonstelling samen te brengen heeft echter niet enkel daarmee te maken, maar ook met het feit dat zij beiden in Afrika geboren en opgevoed zijn en dat zij zich vervolgens in Frankrijk vestigden om hun vorming te vervolmaken en erkenning te winnen. Terwijl de eerste uit Kameroen komt en zijn oeuvre vele vormen kent, die hij zowel aan de tekenkunst als aan de fotografie, de video- en de performancekunsten ontleent en afwisselend in Bandjoun en Parijs leeft, is de andere, die van Angelsaksische afkomst is en in Zimbabwe geboren werd, ten volle een schilder en tekenaar die zijn tijd tussen Londen en Parijs verdeelt. Over hun verschillen heen is het hun kijk op de wereld die hen samenbrengt. Niet in eenzelfde scheppingsdynamiek maar in eenzelfde houding gekenmerkt door humanistische reflectie. 

Daar waar Barthélémy Toguo, wiens levensweg blijk geeft van een permanente vorm van nomadisme, nooit aarzelt om zich ter plaatse te begeven om er het kloppend hart van de wereld zelf te ervaren en zijn repliek daarop in allerlei vormen van tussenkomsten te geven, luistert Duncan Wylie er onophoudend naar en via mediavectoren bestudeert hij de grillen ervan om ze dan tot een symbolische dimensie te verheffen. Beiden geven blijk van eenzelfde verlangen om te vertellen hoe de wereld in elkaar zit, ons vragen te stellen over het menselijk lot – zoals Malraux dat deed – en onze ogen te openen om niet door de macht van de uiterlijke schijn in de val te worden gelokt.

Terwijl de laatstgenoemde ongelijkheid en onrechtvaardigheid aanklaagt, het voor minderheden opneemt en onze waarden in vraag stelt, brengt de eerstgenoemde verslag uit over de chaotische realiteit van de wereld. Hij verguist de absurditeit van de macht en zoekt daarbij naar evenwicht. Zowel de ene als de ander duwt ons met de neus op de werkelijkheid en wil er ons bewust van maken dat het menselijk lot door allerlei politieke, economische en maatschappelijke factoren bepaald wordt. Als kunstenaars “van” en “in” hun tijd, zijn Barthélémy Toguo en Duncan Wylie evenzeer – om het nogmaals met de woorden van Picasso te zeggen – “politieke wezens” en hun werken, of ze nu figuratief of conceptueel, verhalend, letterlijk of symbolisch zijn, vormen als het ware een groot getijdenboek over de wereld.